Game Changer zijn, je moet het maar kunnen...

Het klinkt prachtig, een Game Changer zijn. Je krijgt meteen het beeld van een krachtig persoon met een vooruitstrevende visie die vooral in control is. Iemand die wordt bewonderd en waar anderen graag ruimte aan geven. De werkelijkheid is anders. Vergeet wat je leest in Amerikaanse management boeken, het krediet wat Game Changers verdienen ontvangen ze in het echte leven maar zelden. Of pas na een lange tijd. 

Game Changers staan namelijk per definitie op gespannen voet met de massa. Ze voelen aan dat wat anderen vanzelfsprekend vinden, op de schop moet. Het kunnen brengen van radicale vernieuwing vraagt om afstand van de gevestigde orde. En dat is niet altijd een fijne positie om in te zijn.

Meer systeemvolgende mensen voelen aan dat de Game Changer iets brengt wat hun overzichtelijke bestaan gaat opschudden. Ze houden afstand of gaan in de afweer. Dat kan de Game Changer net het zetje geven van een positie als geaccepteerd buitenbeentje tot buitengeslotene. 

De spagaat van tegelijkertijd buitenbeentje zijn en de zeer menselijke behoefte aan herkenning, succes en sociale support, is wat het leven voor een Game Changer zwaar maakt.

Wie praat met Game Changers komt erachter dat ze hierin geen keuze hebben. Zonder uitzondering geven ze aan dat iets ze in deze richting drijft. Een continue impuls waar ze wel gevolg aan móeten geven. Vrijwel allemaal hebben ze van tijd tot tijd geprobeerd deze impuls te onderdrukken en in het systeem te passen om een stabiel bestaan op te bouwen. Maar de drang tot creatieve vernieuwing blijft terugkomen, like an itch you just have to scratch.  

Tijd werkt gelukkig in het voordeel van de Game Changer. Met het klimmen der jaren geef je nu eenmaal minder om wat anderen van je denken. Heb je de waardering en erkenning van anderen minder nodig. Het rebelse van de vroege jeugd maakt bovendien plaats voor minder beladen revolutionaire actie. En dan kom je er ineens achter: ik kan het, ik ben een Game Changer.